Algemene uitkeringen en overige uitkeringen Gemeentefonds

Inleiding

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

De inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de grootste inkomstenbron voor de gemeentebegroting. Het gemeentefonds wordt verdeeld op basis van objectieve maatstaven zoals het totaal aantal inwoners, het aantal jongeren, ouderen en het aantal woonruimten. Ook tellen factoren als de bodemsamenstelling en de ligging ten opzichte van omliggende gemeenten mee. In totaal worden 49 verschillende maatstaven gebruikt om het totale gemeentefonds te verdelen. Enkele maatstaven die gezamenlijk meer dan de helft van de algemene uitkering voor onze gemeente bepalen zijn:

Maatstaven in de algemene uitkering

2024

2025

2026

2027

Aantal inwoners

58.552

59.432

60.312

61.192

Aantal inwoners: jongeren < 18 jaar

13.244

13.140

13.026

12.903

Aantal bijstandsontvangers

437

443

453

460

Aantal woonruimten

22.774

23.126

23.458

23.830

Aantal personen met een migratieachtergrond

8.373

8.598

8.819

9.034

De algemene uitkering uit het gemeentefonds voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp in de begroting:

bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Inkomsten AU in de begroting

88.945

92.637

90.812

90.861

Algemene uitkering in de begroting 2024-2027

Met ingang van 2023 wordt het gemeentefonds via een nieuw verdeelmodel uitgekeerd door de fondsbeheerders (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën). Het oude model stamt uit 1997 en is sindsdien grotendeels onveranderd. Bij de invoering van de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 werd al de noodzaak onderkend om op enig moment de verdeling van de middelen te herzien en na een paar jaar uitstel wordt per 2023 gestart met het nieuwe verdeelmodel. Ook de nieuwe verdeling vindt plaats op basis van objectieve maatstaven. Deze zijn in aantal teruggebracht van 88 naar 49 stuks maar de uitkomsten van de verdeling doen volgens de fondsbeheerders meer recht aan de kosten die gemeenten maken, daarbij rekening houdend met gemeente specifieke eigenschappen en de noodzakelijke kosten om in een gelijkwaardig niveau van voorzieningen te voorzien. De overige eigen middelen van gemeenten uit bijvoorbeeld het lokale belastinggebied en de inkomsten uit deelnemingen wegen ook zwaarder bij de nieuwe verdeling.

In de Kadernota 2023 zijn de richtlijnen bepaald op basis waarvan het aandeel uit het gemeentefonds voor onze gemeente bepaald kan worden. De gemeentelijke woningbouwplanning met bijbehorende bevolkingsontwikkeling vormen de belangrijkste uitgangspunten. Aan de hand hiervan zijn de effecten van de meicirculaire 2023 voor onze gemeente bepaald. De grootste financiële gevolgen zijn ontstaan uit de ontwikkeling van het accres. Die ontwikkeling is voor een belangrijk deel ontstaan uit compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Het financiële effect van deze en de overige onderwerpen op de inkomsten algemene uitkering 2023 en verder:

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen * € 1.000

2024

2025

2026

2027

Accres inclusief loon- en prijscompensatie en mutaties Kadernota 2023

-1.361

-1.227

-1.109

265

Hoeveelheidsverschillen en uitkeringsbasis

2.167

2.847

3.143

3.854

Taakmutaties

2.519

1.869

-27

-15

Overig

-3.459

-2.560

-1.668

-1.679

Subtotaal mutatie inkomsten AU

-134

929

339

2.425

Accres loon- en prijscompensatie en mutaties Kadernota 2023

Door middel van een maartbrief gemeentefonds (regel 2) zijn gemeenten geïnformeerd met welke verwachte accressen 2023-2027 zij rekening konden houden bij de kader- voorjaarnota’s. In de concept Kadernota 2023 zijn op basis hiervan de accressen 2023-2027 opgenomen. De in de Meicirculaire 2023 (regel 1) toegekende bedragen zijn voor de jaren 2023 tot en met 2026 ruim € 1 miljoen nadelig (wij krijgen minder gecompenseerd dan vooraf was aangegeven), met uitzondering van 2027 dat een kleine plus laat zien van € 265.000.

Hoeveelheidsvreschillen en uitkeringsbasis

Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. Als gevolg van de overgang naar het nieuwe verdeelstelstel per 1-1-2023 zijn in deze circulaire relatief grote hoeveelheidsverschillen te zien. Dit geldt niet alleen voor Pijnacker-Nootdorp, maar voor vele gemeenten. Dit is het gevolg van de invoering van nieuwe maatstaven met onder andere een andere wegingssystematiek, waardoor deze niet één-op-één vergeleken kunnen worden met de oude maatstaven. Daarnaast zijn ook van enkele bestaande maatstaven de formules veranderd. Met ingang van de septembercirculaire 2023 kan dit onderdeel weer vergeleken worden met de voorgaande circulaire.

Taakmutaties en overige informatie

Het Rijk en de VNG hebben 18 april jl. een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1.363 miljoen (aandeel PN € 2,282 miljoen) en voor 2025 € 859 miljoen (aandeel PN € 1,422 miljoen) aan de algemene uitkering toegevoegd.

Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Ook zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van € 100 miljoen voor 2024 (die onder verantwoordelijkheid van het rijk vallen). Deze is voor 2024 vervallen, maar heeft voor gemeenten geen budgettair effect, omdat hier ook lagere lasten voor gemeenten tegenover staan.

Overig

Met de diverse reserveringen wordt bedoeld het in de begroting beschikbaar houden van middelen die via de meicirculaire aan het gemeentefonds zijn toegevoegd. De grootste reservering betreft de extra middelen voor prijs- en looncompensatie. De overige onderwerpen waarvan de extra inkomsten gereserveerd worden en waarmee de gemeenten geacht worden (meer) invulling te geven aan zowel bestaande als nieuwe taken betreffen in dit geval extra BOA capaciteit, inburgering, systeemleren (versterking dienstverlening) en armoedebestrijding bij kinderen.