Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De Gemeente Pijnacker-Nootdorp acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken.
1. Algemeen
De paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing' geeft inzicht in de mate waarin de gemeente financiële gevolgen van risico’s kan opvangen. Gedekte risico's, al dan niet via een voorziening of verzekering, zijn uitgesloten van de risico-inventarisatie. De paragraaf begint met een samenvatting van kengetallen, werkt relevante risico's uit en toont het verloop van de benodigde weerstandscpaciteit. Deze bedragen worden vergeleken met de beschikbare weerstandscapaciteit om het weerstandsvermogen te bepalen. De paragraaf sluit af met de verplichte BBV-kengetallen.
2. Visie
De visie van de gemeente op risicomanagement luidt als volgt: de gemeente Pijnacker -Nootdorp streeft naar het systematisch inzichtelijk maken van alle significante risico’s en kansen bij het realiseren van haar doelstellingen. Risicomanagement is daarmee onderdeel van het reguliere denken en doen. Het bewust verminderen, spreiden, vermijden, of accepteren van risico’s draagt bij aan het ‘in control zijn’ van de organisatie. De provincie anticipeert actief op risico’s en kansen om de doelstellingen te bereiken.
3. Beleid
Het risicobeleid is vastgelegd in de kadernota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2022- 2025 en de Financiële verordening. De kadernota bevat beleidsregels en normen over de wijze waarop de weerstandscapaciteit wordt opgebouwd en ingezet. De financiële verordening is bepalend voor de minimale hoogte van de algemene reserve (minimaal 25 procent van de structurele algemene dekkingsmiddelen) en de hierin aan te houden risicoreservering (zie berekening weerstandsvermogen).
Door inzicht in de risico’s wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. In het algemeen geldt dat risico's moeten worden:
vermeden;
beheerst;
overgedragen;
geaccepteerd.
De gemeente hanteert geen afzonderlijke categorie voor conjuncturele risico’s. In plaats daarvan worden risico’s met een conjunctureel karakter, zoals prijsstijgingen, toenemend gebruik van de bijstand, of krapte op de arbeidsmarkt, meegenomen in de reguliere risico-inventarisatie en -analyse. Deze risico’s worden beoordeeld op kans en impact en maken onderdeel uit van de berekening van de weerstandsratio. Door deze integrale benadering worden conjuncturele aspecten niet als aparte risicogroep benoemd, maar wel degelijk meegewogen in het totaalbeeld van het risicoprofiel van de gemeente.
4. Risicoprofiel
De afgelopen periode zijn de risico’s van alle domeinen en afdelingen geactualiseerd om inzicht te verkrijgen in de actuele risico’s waarmee de gemeente het komende begrotingsjaar wordt geconfronteerd. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans van optreden en de mogelijke gevolgen. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geinventariseerde risico's is tevens het weerstandsvermogen bereken. Na deze inventarisatie zijn de risico's verwerkt in het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. In het onderstaande overzicht worden de tien risico’s gepresenteerd die de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit.
Risico-nummer | Omschrijving van het risico | Kans (%) | Financieel gevolg maximaal |
|---|---|---|---|
R1041 | Open-einde-regelingen sociaal domein: Risico op overschrijdingen op Jeugd, WMO en Participatiewet. | 90 | € 7.500.000 |
R1036 | "Prijstijgingen / inflatie hoger dan begroot en waar geen compensatie voor ontvangen wordt. Door de onvoorspelbare inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, en meer dan het Rijk aan de loon-prijsindexatie wordt uitgekeerd via het Gemeentefonds. | 50 | € 7.500.000 |
R1056 | Naast de reeds bekende en in de (meerjaren)begroting verwerkte effecten van de verdeelsleutel van het gemeentefonds bestaat het risico dat aanvullende wijzigingen in de verdeelsleutel plaatsvinden, met mogelijk nadelige financiële consequenties voor de gemeente. | 25 | € 4.000.000 |
R1040 | Financiële baten en lasten: Risico op lagere financiële baten dan begroot (lagere rente, dividendopbrengsten, ruimte onder BCF-plafond, etc.) | 50 | €3.000.000 |
R1051 | Overschrijding budgetten Jeugd en Wmo. Kosten voor indexatie in contracten op basis van VNG richtlijnen zijn hoger dan gemeentebrede index die als maatstaf voor begroting wordt gebruikt. | 90 | € 1.500.000 |
R1031 | Personeelstekort. Onvoldoende gekwalificeerd en gemotiveerd personeel, langdurige hoge werkdruk. | 50 | € 2.000.000 |
R1061 | Totaal van de gewogen risico's van de diverse grondexploitaties per 01-07-2025 | 50 | € 1.820.000 |
R1055 | Terugvordering en verhaal, niet inbare vorderingen. Schulden worden niet betaald. | 20 | € 2.500.000 |
R1063 | Niet terugverdienen betaalde schadeloosstellingen bij grondverwerving | 7 | € 5.909.240 |
R1028 | Security - hack, Gijzeling | 16 | € 2.250.000 |
Het totaal van de grote risico's bedraagt € 38 miljoen en die van de overige risico's € 31,9 miljoen. Daarmee bedraagt het totaal van alle risico's € 69,9 miljoen.
Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 69,9 miljoen ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. In de nota integraal risico management is aangegeven dat de benodigde naukeurigheid van de weerstandscapaciteit met 90% zekerheid wordt bepaald. Op basis van de risicosimulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 17 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).
Toelichting top 10
Van deze top 10 risico’s is ten opzichte van de Jaarstukken 2024 een aantal risico’s veranderd. Deze worden hieronder toegelicht.
Risico-nummer | Risico | Toelichting |
R1051 | Overschrijding budgetten Jeugd en Wmo. | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel uit van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. Het risico behelst de kosten voor indexatie in contracten (conform VNG-richtlijnen) die hoger is dan de gemeente-brede index die als maatstaf in de begroting wordt gehanteerd. |
R1031 | Personeelstekort. Onvoldoende gekwalificeerd en gemotiveerd personeel, langdurige hoge werkdruk. | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel uit van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. Het risico bestond voorheen uit meerdere kleinere risico’s, die nu zijn samengevoegd. Dit risico heeft betrekking op de gevolgen van het onvoldoende gekwalificeerd personeel aan kunnen trekken, te behouden en een langdurig hoge werkdruk. Het gevolg hiervan kan zich uiten in verminderde continuiteit, (wettelijke) taken of projecten die niet tijdig of volledig worden uitgevoerd en hogere inhuur. |
R1061 | Totaal van de gewogen risico's van de diverse grondexploitaties per 01-07-2025 | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel uit van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. Voorheen was per grondexploitatie een risico opgenomen maar door dit samen te voegen is er nu één substantieel risico voor de grondexploitaties in het algemeen. De resultaten van grondexploitaties zijn afhankelijk van factoren zoals rentestanden, bouwkosten, woningmarktontwikkelingen en vertragingen in de planvorming. Negatieve ontwikkelingen kunnen leiden tot aanzienlijke financiële tegenvallers. |
R1036 | "Prijstijgingen / inflatie hoger dan begroot en waar geen compensatie voor ontvangen wordt. Door de onvoorspelbare inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, en meer dan het Rijk aan de loon-prijsindexatie wordt uitgekeerd via het Gemeentefonds. | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. Door volatiele economische omstandigheden kunnen prijzen voor goederen en diensten sterker stijgen dan begroot. Indien deze hogere kosten niet (volledig) worden gecompenseerd via het Gemeentefonds of door prijsafspraken in contracten, leidt dit tot extra lasten voor de gemeente. |
R1055 | Terugvordering en verhaal, niet inbare vorderingen. Schulden worden niet betaald. | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel uit van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. De gemeente loopt het risico dat vorderingen, zoals verstrekte leningen (o.a. TOZO), niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden teruggevorderd. Dit leidt tot oninbare posten en directe financiële schade. Het risico is toegenomen doordat incasseren steeds lastiger blijkt. |
R1028 | Security - hack, gijzeling. | Dit risico is nieuw opgenomen in de top 10, maar maakte eerder al onderdeel uit van de berekeningen van de weerstandscapaciteit. Het is een samenvoeging van diverse risico’s op het gebied van informatiebeveiliging. Door de toenemende professionalisering van cybercriminaliteit loopt de gemeente het risico slachtoffer te worden van een hack, gijzeling of diefstal van persoonsgegevens. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld onderzoekskosten, herstelkosten en claims. |
5. Risico-inschattingen grondexploitaties
Gewogen bandbreedte-methode
Voor risico's uit de grondexploitatie wordt een voorziening getroffen indien de kans dat het risico zich voordoet groter is dan 50%. Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de risico's geïnventariseerd en gewaardeerd. Voor elk risico is een onderbouwde effectberekening opgesteld en kans van optreden ingeschat door het betrokken projectteam. Daarnaast worden voor de verschillende risico’s maatregelen benoemd en verantwoordelijken aangewezen. Om te bepalen welk deel van de risico's moet worden afgedekt binnen de grondexploitatie en welke risico's afgedekt moeten worden door het weerstandsvermogen wordt de gewogen bandbreedtemethode gebruikt.
Gewogen risico’s kleiner of gelijk aan 50%
Het deel van het gewogen risico tot en met 50% is het deel dat wordt opgenomen als onderdeel van het benodigde weerstandsvermogen.
Gewogen risico groter dan 50%
Het deel van het gewogen risico dat zich boven de 50% bevindt wordt aan de kostenkant in de exploitatiebegroting opgenomen en maakt onderdeel uit van het verwachte resultaat van het project. Indien het project een negatief verwacht resultaat heeft wordt dat resultaat, en dus het deel van het gewogen risico dat zich boven de 50% bevindt, afgedekt door de voorziening nadelige complexen.
Beheersingsmaatregelen Grondexploitaties en grote infrastructurele werken
Om de risico’s te beheersen worden door de projectteams regelmatig bijeenkomsten gehouden waarin alle mogelijke risico’s besproken worden. Tijdens deze bijeenkomsten worden het effect van het risico in euro’s en de kans dat het risico zich voordoet opnieuw bepaald. Hierover wordt elk half jaar gerapporteerd in de actualisatie van de grondexploitaties of de halfjaarlijkse financiële rapportage projecten.
Beheersingsmaatregelen voor de risico’s binnen projecten, waarvan de kans groter is dan 50% dat deze zich voordoen, zijn bijvoorbeeld:
Tijdig onderzoek doen om extra kosten te voorkomen;
Werkzaamheden combineren, wat tot kostenbesparing leidt;
Samen met de ontwikkelaar oplossingen bedenken bij stagnerende vraag;
Structureel monitoren van de nieuwbouwmarkt: Afzettempo naar segmenten, woningtypen, kwaliteiten en prijzen.
Dit is een gebruikelijke manier om risico’s te kwantificeren. De gewogen bandbreedtemethode gaat uit van het kwantificeren van een effect en de kans (percentage) dat een effect (risico) zich voordoet. Uitgangspunt van deze theorie is dat niet alle risico’s zich daadwerkelijk voor zullen doen. Dit wordt verwerkt door de risico’s te wegen aan de hand van een kans van optreden. Alle gewogen risico’s van de grondexploitatie opgeteld vormen het totale risicoprofiel. Tezamen vormt dit het gewogen risico. Dit wordt uitgedrukt in een risico bandbreedte ten opzichte van het basisresultaat van de grondexploitatie.
6. Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit.
6.1 Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten eenmalig op te vangen. Het zijn de direct aan te wenden middelen voor financiële tegenvallers. Dit betreft de algemene reserve en de post onvoorzien. Bestemmingsreserves rekenen we niet mee, omdat een onttrekking uit deze reserves direct invloed heeft op de dekking van kosten in de exploitatie in meerjarenperspectief. Ook worden stille reserves buiten beschouwing gelaten.
6.2 Structurele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent (jaarlijks in meerjarenperspectief) ingezet kunnen worden om tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. De structurele weerstandscapaciteit is opgenomen in de exploitatie als de post Onvoorzien. Een mogelijkheid is om de onbenutte belastingcapaciteit ook onder de structurele weerstandscapaciteit te rekenen. Onder onbenutte belastingcapaciteit vallen met name de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges. Omdat de belastingtarieven waar een direct aanwijsbare prestatie tegenover staat 100% kostendekkend zouden moeten zijn, is voor het bepalen van de structurele weerstandscapaciteit alleen de OZB van belang. Het verschil tussen de geraamde stijging van de OZB opbrengsten en de macronorm voor de groei van de OZB geeft de onbenutte belastingcapaciteit weer. Omdat moet worden opgemerkt dat deze veronderstelling sterk afhankelijk is van de politieke haalbaarheid van het verhogen van de belastingen wordt deze post niet gekwantificeerd weergegeven.
Beschikbare weerstandscapaciteit | |
|---|---|
Weerstand | Bedrag € |
Algemene reserve weerstandsvermogen per 01/01/2026 | 53.462.000 |
Onvoorzien | 30.000 |
Totale weerstandscapaciteit | 53.492.000 |
7. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen = | Beschikbare weerstandscapaciteit | = | € 53.492.000 | =3,14 |
Benodigde weerstandscapaciteit | €17.027.000 |
De hierboven berekende ratio is gebaseerd op de situatie per 01/01/2026. Een meerjarige ratio weerstandsvermogen is opgenomen in hoofdstuk 2 'Hoofdlijnen van de financiële positie'.
Weerstandsnorm | ||
|---|---|---|
Waarderingscijfer | Ratio | Betekenis |
A | >2.0 | uitstekend |
B | 1.4-2.0 | ruim voldoende |
C | 1.0-1.4 | voldoende |
D | 0.8-1.0 | matig |
E | 0.6-0.8 | onvoldoende |
F | <0.6 | ruim onvoldoende |
Bovenstaande normtabel is door Naris ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. De ratio van de gemeente Pijnacker-Nootdorp valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Het benodigde weerstandsvermogen zoals bovenstaand weergegeven betreft een momentopname. Door het treffen van aanvullende beheersmaatregelen of door het structureel opnemen in de meerjarenbegroting door middel van heroverwegingen, ombuigingen of bezuinigingen kan de benodigde weerstandscapaciteit worden beïnvloed.
8. Kengetallen
De financiële positie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is gebaseerd op een aantal actuele kengetallen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. De kengetallen helpen daarmee bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie van een gemeente.
Hieronder staan de vijf kengetallen benoemd en wat zij betekenen:
Netto schuldquote | Heeft de gemeente een hoge schuld, en hoeveel daarvan is doorgeleend aan derden? De netto schuldquote bestaat dus uit twee ratio’s: zowel in- als exclusief doorgeleende gelden. | Hoe lager deze percentages, hoe beter. |
Solvabiliteit | Heeft de gemeente voldoende eigen vermogen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen? | Hoe hoger dit percentage, hoe beter. |
Grondexploitatie | Heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor veel risico? | Hoe lager dit percentage, hoe beter. |
Structurele exploitatieruimte | Heeft de gemeente voldoende structurele baten om haar structurele lasten te dekken? | Hoe hoger dit percentage, hoe beter. |
Belastingcapaciteit | Heft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte om deze belastingen te verhogen? | Hoe lager dit percentage, hoe beter. |
Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de inkomsten, des te meer schulden een gemeente kan aangaan. De ratio geeft aan in hoeverre de schulden meer of minder bedragen dan de jaarlijkse inkomsten.
De netto schuldquote is vanaf 2020 aanzienlijk verbeterd. Dit is het gevolg van hoge liquiditeit door de verkoop van de aandelen van de Eneco Groep N.V. In 2023 steeg de netto schuldquote vanwege nieuwe investeringen in scholen en sportcomplexen. De percentages in onderstaande grafiek zijn niet één op één te vergelijken met het percentage schuld ten opzichte van de baten zoals is opgenomen in het onderdeel “Hoofdlijnen van de financiële begroting”, aangezien de berekening voor de netto schuldquote een andere definitie heeft.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee de weerbaarheid van de gemeente aan. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De VNG geeft aan dat een solvabiliteitsratio boven de 20% dient te liggen, dit is voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp structureel hoger en loopt verder op in de komende jaren. Dit wordt veroorzaakt door de hoge liquiditeit vanwege de verkoop van de aandelen van de Eneco Groep N.V.
Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Voor dit percentage geldt: hoe lager hoe beter. De onderstaande grafiek toont een dalende trend, waarbij in 2021 voor het eerst sprake is van een negatieve boekwaarde van de grondexploitaties. Dat percentage blijft de komende jaren tussen 0 en -3 schommelen en dat is een positief vooruitzicht.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De gemeente Pijnacker-Nootdorp presenteert een meerjarig positief percentage. Vanaf 2026 daalt het percentage, dit heeft te maken met een lagere uitkering uit het Gemeentefonds.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het zich voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar, deze kan worden opgevangen dan wel ruimte is voor nieuw beleid. Deze ruimte wordt mede bepaald door een ijkpunt. Als ijkpunt wordt gekeken naar de landelijk gemiddelde tarieven. Er is geen maximum gesteld aan de belastingopbrengsten. In andere woorden: deze indicator zegt niet zozeer iets over de daadwerkelijke financiële ruimte, dat is aan de gemeenteraad. Er wordt inzicht gegeven in hoe de eigen lastendruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zit boven het landelijk gemiddelde. Dit wordt niet veroorzaakt door de hoogte van de OZB-tarieven, maar doordat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Pijnacker-Nootdorp hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Vanaf 2024 is er weer een procentuele stijging in de belastingcapaciteit.
Samenhang
Waar de afzonderlijke kengetallen wel nuttige informatie geven, zegt het nog weinig over hoe de totale financiële positie beoordeeld moet worden. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie van de gemeente.
Financiële kengetallen in % | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1a. Netto schuldquote | 54% | 6% | -20% | -20% | -20% | -4% | 25% | 47% | 64% | 72% | 76% |
1b. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle leningen) | 54% | 7% | -25% | -25% | -25% | -9% | 20% | 42% | 59% | 66% | 71% |
2. Solvabiliteitsratio | 36% | 58% | 61% | 64% | 63% | 66% | 63% | 63% | 59% | 58% | 55% |
3. Grondexploitatie | 23% | 4% | -3% | 2% | -3% | -3% | -1% | -3% | -2% | -1% | 0% |
4. Structurele exploitatieruimte | 0,59% | 1,11% | 2,63% | 6,08% | 3,00% | -18,81% | -4,15% | -6,93% | -6,16% | -10,61% | -11,66% |
5. Belastingcapaciteit | 116% | 116% | 116% | 105% | 105% | 104% | 104% | 109% | 108% | 106% | 105% |
